Woonzorghuis

Het is vrijdag 11 november 2011, vandaag help ik mijn moeder met het overhuizen van haar dementerende moeder, mijn grootmoeder, naar haar logeerkamer in een woonzorghuis. Vandaag wordt het een emotionele dag. Mijn moeder weet dat en ik weet dat. Maar mijn grootmoeder heeft geen flauw idee van wat er staat te gebeuren. Wanneer wij haar woonkamer binnenkomen, vraagt ze schuchter: "Ga ik vandaag naar de dagopvang?", zich kennelijk afvragend wat wij tweeën ineens komen doen. De afgelopen weken hebben we al talloze malen verteld dat ze voor een poosje gaat logeren in een woonzorghuis. Althans zolang mijn moeder moet revalideren van haar heupoperatie. Daarna wordt besloten of ze al dan niet in het woonzorghuis mag blijven. Maar niets van wat wij de afgelopen weken hebben verteld is nog blijven hangen. Nogmaals legt mijn moeder rustig en geduldig uit wat er gaat gebeuren. Het verhaal kan ze inmiddels dromen, zo vaak heeft ze het al verteld. Ik bewonder de rust en het geduld dat mijn moeder weet op te brengen. Zelf heb ik mijn grootmoeder al een aantal keren door elkaar willen schudden, puur uit frustratie.

Intussen kijk ik even naar de televisie die kennelijk voor niemand aanstaat. Ik zie vrolijke bruidsparen die elkaar op deze bijzondere datum eeuwige trouw en steun beloven; in zowel goede als slechte tijden. Ooit was mijn grootmoeder ook een blije en vrolijke bruid met geloof in een mooie en gelukkige toekomst. Hoe kon zij weten dat ze een man trouwde met een zwak hart. Of dat zij gevangen zou komen te zitten in een liefdeloos huwelijk. Hoe kon ze weten dat ze door haar man een paar jaar later zou worden meegesleurd naar Bolnes, een klein niets betekenend dorp onder de rook van Rotterdam; omdat hij daar nu eenmaal werk kon vinden. Hier zouden haar enige twee kinderen worden geboren. Een meisje en drie jaar later een jongen. Bij diens geboorte trad een complicatie op. Een tijdelijk zuurstoftekort tijdens de bevalling, als gevolg van een stuitligging, resulteerde in een lichte hersenbeschadiging. De jongen zou de rest van z’n leven achterlijk blijven.

Het meisje groeit op als een onzekere tiener. Zij hekelt haar stevige heupen en grauwe huid. Ze schaamt zich voor haar broertje. Deze speelt met kikkers en bewaart maden in zijn broekzak om mee te gaan vissen. Soms probeert ze haar broertje te vergeten, zijn eigenzinnige karakter maakt haar dit onmogelijk. Doch niet enkel haar broertje, ook haar autoritaire en ouderwetse vader tekenen haar jeugd en tienerjaren. Ze krijgt geen steun van haar moeder, zij is een bedeesd en volgzaam gansje dat gedwee de bevelen van haar echtgenoot opvolgt. Deze volgzaamheid zal zij zelf vertonen in een liefdeloos en gewelddadig huwelijk dat dertien jaren voortduurt.

Maar aan alles komt een einde. Mijn grootvader stierf aan de gevolgen van zijn zwakke hart; een goede dag, alhoewel mijn grootmoeder toch heeft geweend. Mijn moeder vocht zich na dertien jaar uit haar gewelddadige huwelijk en kwam op voor haar kinderen en voor zichzelf. Een rustige periode breekt aan, het gaat ons goed voor eenentwintig lange jaren. Dan sterft plotseling de zoon van mijn grootmoeder, mijn moeders broer en mijn oom. Hij sterft aan de gevolgen van een ernstige levercirrose. Hij blijkt een stille alcoholist te zijn geweest, de laatste dagen van zijn leven dronk hij gemakkelijk één fles jenever per dag. Hoe wij dit niet hebben opgemerkt verbaast ons nog steeds. De dood van haar zoon treft mijn grootmoeder hard. De ontluikende Ziekte van Alzheimer krijgt hierdoor ineens meer grip op het oude mens. Langzaam verslindt Alzheimer haar brein, een wrede beul welke geen genade kent.

"Ron, draag jij deze tas!?" Ik schrik op en kijk m'n moeder in de ogen. Het onzekere tienermeisje van toen is een zelfverzekerde, zachte en lieve, maar oersterke vrouw geworden. Sterk door de strijd die zij heeft moeten leveren, door de tegenslagen die zij te verduren heeft gekregen. Zij heeft een moeilijke jeugd gehad, een rot huwelijk en uiteindelijk heeft ze een broer afgeven; waar ze op latere leeftijd pas mee leerde omgaan. En nu, in de vroege herfst van haar leven, wanneer haar haar al peper-en-zout is gekleurd, staat zij aan het hoofd van de familie met de fragiele hand van haar moeder in haar hand. Klaar om nu háár door het leven te leiden, naar haar laatste station.

Dan komt de deeltaxi voorrijden, ik rijd mijn grootmoeder in haar rolstoel voor de laatste maal uit haar woonkamer. De woonkamer waar zij meer dan 45 jaar heeft geleefd. Waar zij met haar man en kinderen de maaltijden gebruikte, waar zij werkte aan haar borduurwerk, waar zij zo graag verbleef tussen al haar geliefde spulletjes. Ons gedrieën schieten de tranen in de ogen. Bij mijn grootmoeder omdat ze niet weet wat komen gaat, bij mijn moeder omdat ze de enorme pijn van haar moeder voelt. Bij mij omdat ik het niet kan verdragen mijn moeder te zien wenen.

Het leven mag je beschouwen als een feest. Maar dit is enkel het geval wanneer je jong, gezond en nog totaal onwetend en naïef bent. Vervuld met hoop en dromen voor de toekomst. Net als de bruidstelletjes die vandaag op 11-11-'11 een rijke en gelukkige toekomst tegemoet hopen te gaan.

Copyright © 2011 Ron de Leeuw